Inhoudsopgave van het (totale) boek
1. Dank aan mijn leraar
2. De opzet van dit boek: van "hoofdlijnen" naar "detail"
3. Inleiding
4. De geestelijke en stoffelijke kringloop op hoofdlijnen
4.1. De scheiding tussen ons lichaam en onze "bewustzijnsgeest" (ons ik)
4.2. De kringloop van lichaam en "bewustzijnsgeest" op hoofdlijnen
4.3. Bewustzijnsgeest en geboorte
4.4. Maken de hersenen de geest, of maakt de geest de hersenen ?
4.4.A. Beïnvloedt de geest het ontwikkelen van hersenen ?
4.4.B. Beïnvloeden de hersenen ook de geest ?
4.4.C. Wat zijn daarvan de consequenties voor ons aards bestaan en daarna
4.5. Zijn hersenen en geest aan elkaar verbonden ?
4.6. Onze bewustzijnsgeest tussen aards bestaan en de spirituele wereld
4.7. Onze bewustzijnsgeest in relatie met die van andere levende wezens
4.8. De invloed van onze bewustzijnsgeest op materie
4.9. Invloed van bewustzijn op de loop der dingen
4.10. Onze bewustzijnsgeest tijdens het sterven
4.11. Onze bewustzijnsgeest tijdens de Bardofase
4.12. Kan onze bewustzijnsgeest tussen sterven en reïncarneren, beslissingen nemen?
4.13. Het wetenschappelijk waarheidsgehalte van bewustzijnsonderzoek
4.14. Samenvattende beschrijving van de kringloop van de bewustzijnsgeest
4.15. Gelukkig zijn ligt onder handbereik
5. Mijn Kernzelf: is er verschil tussen "bewustzijn" en "geest"
5.1. Is er scheiding tussen bewustzijn en geest ?
5.2. De bewustzijnsgeest en het bereiken van geluk
5.3. De mogelijke werking van "bewustzijn" en "geest"
5.4. Training van bewustzijn en geest
5.5. Geest en Bewustzijn in een beeldend perspectief
5.6. Het bestaan van de Bardofase, andere "bestaanswerelden" e.d.
6. Is alles “toeval” of “intelligent ontwerp”, “doelgerichtheid”, “oorzaak-gevolg”
6.1. Toeval bestaat niet
6.2. Het intelligent ontwerp
6.3. Het alomvattend energie/informatieveld
6.4. De “Waarom-vraag” als sluitend bewijs van de “Geesteskringloop”
7. Wat is “bewijs” ?
Samenvatting hoofdstukken 4 t/m 8
8. “internet checklist” voor persoonlijke wensen, gedrag en geluk
Literatuur
Themalijst
Begripsdefinities
Samenvatting
Onderstaande tekst geeft op hoofdlijnen de kernpunten van het boek “Ben
ik er straks nog” . De samenvatting gebruikt de bewijzen die in het
boek (en daar achter liggende wetenschappelijk onderzoek) voorkomen. In
de samenvatting wordt dus de rode draad van de “Geestescyclus”
weergegeven. Allerlei onderdelen van die Geestescyclus worden
aangedragen als “harde feiten”. Het is in de samenvatting vooral de
bedoeling je in een gemakkelijk leesbare vorm een globaal beeld te
geven van “geboorte, leven, sterven en daarna”.
1. Inleiding
Het is in beginsel niet gemakkelijk om de vraag van leven, dood en "daarna", of vragen met betrekking tot "geest en lichaam" en dergelijke, te beantwoorden. Het is mijn ervaring dat het beantwoorden van die vragen met gebruikmaking van allerlei wetenschappelijke details uiterst verwarrend werkt. Ik merk vaak ook in gesprekken, dat ik al snel details vertel die ik zelf gelezen heb, waar ik over hebt nagedacht enz ; ik vergeet dan vaak dat mijn gesprekspartner een denk- en belevingsachterstand op mij kan hebben. De ander heeft moeite de details te vatten en wil eigenlijk meer geleidelijk "op weg", via een samenvattend, globaal beeld.
Deze samenvatting geeft dat globale beeld. Het geeft een beeld van Boeddhistische visies en wetenschappelijke inzichten en…. vanuit de puur westerse wetenschap, aldus van geleerden die zich (voor hun vak) verre hielden van geloof, esoterie e.d. zaken; die met name het standpunt hanteerden dat “meten=weten=bewijzen”.
Op deze plaats is het zinvol al vast uitspraken van vier eminente geleerden aan te halen ; het zijn geleerden die vanuit hun professie geen enkele link hadden met “zweverige, spirituele uitspraken en overtuigingen”: Albert Einstein (de natuurwetenschapper/fysicus bij uitstek), Francis Crick (biochemicus, samen met Watson de ontdekker van de erfelijkheid, c.q. het DNA-molecuul), Ervin Laszlo (systeemtheoreticus) en Kuno Yase (kernfysicus).
Einstein: Hij dacht aanvankelijk dacht dat de ruimte (het heelal) leeg was, totdat zijn eigen relativiteitstheorie aantoonde dat de lege ruimte barst van activiteit; hij erkende het “veld” waarin ook informatie is opgeslagen .
Crick: “Het ontstaan van leven, de evolutie e.d. is geen toeval. Een onbevangen waarnemer, of te wel een eerlijk mens, gewapend met alle kennis die ons ter beschikking staat, zou er een ontwerp in ontwaren”.
Laslo: “Ons geheugen zetelt niet in onze hersenen maar is opgeslagen in het nulpuntsenergieveld”.
Kuno Yase: “Hersenenprocessen werken samen op basis van “kwantum-informatie” die in verbinding staat met “het” (nulpuntsenergie) Veld”
Het mag op deze plaats al duidelijk zijn dat inzichten vanuit het Boeddhisme (er bestaat een zeer subtiele “bewustzijnsgeest” , die “energie” en “informatie” bevat en die in contact staat met “informatie” die allesdoordringend is en het gehele heelal bestrijkt) zeer vergelijkbaar is met die bewijzen vanuit de moderne wetenschap (w.o. de kernfysica).
Het (totale) boek gaat op al die inzichten en bewijzen uitgebreid in. In deze samenvatting wordt het “verhaal” (en bewijs) op hoofdlijnen samengevat van Geboorte, Leven , Sterven en Daarna.
2. Waarom stellen wij ons de vraag “ben ik er straks nog ?
Reeds tienduizenden jaren kijkt de mens om zich heen en denkt; vanaf het moment dat de mens zich echt ging onderscheiden van de dieren, ging hij zich bezig houden met zijn omgeving en zijn eigen plaats daarin. In alle culturen is er een besef dat de omgeving (van levenloze tot levende materie) zich ontwikkelt in een zekere kringloop. Bergen slijten af, stenen worden ergens anders neergelegd en er ontstaan weer nieuwe bergen (of minder diepe kuilen). In een reageerbuis kunnen we zien dat stoffen ontstaan, overgaan in andere stoffen en weer kunnen terugkeren in hun oorspronkelijk staat. Als we de materiële wereld over miljoenen jaren vanaf grote hoogte zouden bezien, blijkt er een materiekringloop te zijn.
Vergelijkbaar zien we een kringloop bij levende organismen; dieren vergaan, dierlijke restanten zijn weer voedsel voor planten, planten worden weer door dieren gegeten, dieren eten elkaar enz. En voor de mens geldt hetzelfde (zij het dat mensen nog nauwelijks door dieren worden opgegeten). Elk mens dat maar een beetje kennis heeft van zijn omgeving, erkent het bestaan van kringlopen. Maar waar die mens desondanks mee worstelt is de vraag hoe zijn eigen "ik" in die kringloop zit; wat gebeurt daar nu mee, verdwijnt die "ik" bij ons sterven definitief of vervolgt die "ik" ook een weg in "een" kringloop ?
We worstelen met die vraag omdat de mens een sterk "ik-besef" heeft, omdat we sterk ervaren dat we op de een of andere manier een lichaam en een geest hebben en dat we allemaal dood gaan; bovendien...... we kunnen denken en dus ook nadenken over het heden en de toekomst. Het besef van doodgaan en ons denkvermogen komen bij de mens samen in enerzijds het zoeken naar "de waarheid", anderzijds het besef dat we "lijden". Er wordt wel gezegd "de mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest"; dat geldt voor het naar de tandarts moeten, maar evenzeer voor het feit dat je niet weet hoe je zult overlijden en wat er daarna gebeurt. Het Boeddhisme noemt dit wel het lijden uit onwetendheid.
Het feit dat je deze samenvatting leest betekent op zich al dat je in ieder geval op zoek bent naar die "waarheid"; in welke mate je lijdt onder het feit dat je nog niet alles weet van lichaam en geest, van heden, toekomst en hiernamaals, ligt voor elke persoon anders: de een lijdt veel, de ander nauwelijks, maar bijna iedereen is wel nieuwsgierig naar die waarheid.
We lijden met betrekking tot het sterven vooral door de onwetendheid over de vraag of het sterven pijn doet, angsten oplevert of na het sterven alles definitief afgelopen is en of we er dan "helemaal niet en nooit meer zullen zijn" enz.
Het vooruitzicht dat ons lichaam tot stof vervalt en onze geest definitief verdwijnt is voor veel mensen een ondraaglijke gedachte. Maar, als we zouden weten dat "iets van onszelf" na het sterven doorgaat, dan zou dat een geweldige geruststelling zijn; als we daarvan overtuigd zouden zijn, als dat echt bewezen was, dan is dit leven een leven met perspectief; dan kan dit leven nog wel moeilijk, voor sommige mensen, volken of in sommige situaties ondraaglijk zijn, maar dat neemt het perspectief niet weg. Nog sterker: met de wetenschap dat er na de dood "nog iets is" of we zelfs weer als mens geboren kunnen worden kan het eigenlijk alleen maar beter gaan (en vooral als je huidige leven echt abominabel is) .
Volgens het Boeddhisme kun je dit lijden verminderen; daarvoor kun je drie zaken ondernemen: 1) je onwetendheid opheffen en 2) je eigen huidige leven zo gunstig mogelijk beïnvloeden en 3) de omstandigheden voor een goede wedergeboorte zo gunstig mogelijk maken. Het Boeddhisme gaat uit van het principe van oorzaak-gevolg; niet alleen voor de materiële, chemische wereld, maar ook voor de levende wereld en ons eigen bestaan.

Het Dharmawiel “der wijsheid”
Wij bepalen zelf hoe ons leven (en volgende leven) eruit ziet. In dit boek wordt niet uitgebreid op het Boeddhisme en deze "Karma-gedachte" ingegaan. Wel wordt in dit boek (te beginnen met deze samenvatting) ingegaan op de manier waarop lichaam en geest samenwerken, op de vraag of er überhaupt wel een lichaam en een geest (gescheiden) bestaan en vooral: hoe een Geesteskringloop (zo die bestaat) er dan wel uit ziet .
En omdat we ook dit boek met onze geest aanpakken, starten we met een korte beschouwing over ons ik, onze "bewustzijnsgeest" en dergelijke zaken. Zodat we , als we ons “ik” volgen (in de loop van ons bestaan, ons sterven en “daarna”) we in ieder geval weten wat die ik, oftewel onze “bewustzijnsgeest” nu wel inhoudt.
In deze samenvatting wordt een algemene, veralgemeniserende stijl gehanteerd, zodat de globale uitleg op zich goed te volgen is. In die uitleg wordt simpelweg een beschrijving gegeven van hoe zaken plaatsvinden; dus wordt die uitleg niet opgehouden door ingewikkelde bewijzen, redeneringen etc. Wel wordt er in deze samenvatting op veel plaatsen verwezen naar het (totale) boek, waarin nu juist al die argumenten, wetenschappelijke onderzoekingen etc. uitgebreid beschreven staan.
In deze samenvatting wordt aldus gesteld dat zaken op een bepaalde manier plaatsvinden, en dat reïncarnatie, Karma, in de toekomst kijken etc. bestaan. In het (totale) boek worden bewijzen aangedragen , worden veel logica-technieken gebruikt om de samenhang aan te tonen etc.
De onderstaande tekst neemt jou aldus bij de hand om jou op een eenvoudige wijze vertrouwd te maken met het antwoord waar veel mensen naar op zoek zijn: Ja, ik ben er straks nog.....maar ben dan niet dezelfde “ik” als die ik nu ben.....
3. Enkele basisbegrippen
De "Geesteskringloop"
Met betrekking tot de kenmerken van onze geest is er nauwelijks twijfel over dat we een geest hebben; als we althans onder geest verstaan "ons ik, ons bewustzijn" of een vergelijkbare omschrijving. Iedereen is het er wel mee eens dat we een geest hebben, dat die meestal normaal functioneert, soms minder of slecht, dat er geestesziekten zijn en dat we uiteindelijk "de geest geven". Wat nu iedereen, alle volken en culturen onder "geest" exact verstaan, is al minder duidelijk; nog minder duidelijk is het of die geest nu wel of niet onze ziel is, hetzelfde is als ons bewustzijn enz.
Nog lastiger is het om ons "ik" te omschrijven; wat is dat ik, waar zit dat, verandert het ik nu wel of niet in de loop der jaren (of veranderen alleen ons karakter en onze geest) en wat gebeurt er met ons ik na het overlijden.
We zijn ons van die vragen en onduidelijkheden bewust; en het "je ervan bewust zijn" levert dan weer een nieuw vaag begrip op: wat is "bewustzijn".
Tenslotte hebben we wakend "een" bewustzijn, maar kunnen we ook slapen, in coma raken, kunnen we "uittreden" (althans… dat wordt wel verteld en blijkt ook waar te zijn) en verlaten ons bewustzijn en onze geest ons lichaam bij het sterven.
Ons "ik" en de geesteskringloop
De vraag wat nu wel ons "ik" is, betreft een van de meest fundamentele vraagstukken die de mensheid bezig houdt. In dit boek moeten we helaas volstaan met het optillen van enkele tipjes van de (Boeddhistische en westers wetenschappelijke) sluier; we doen dat met behulp van enkele illustratieve voorbeelden, die in het (totale) boek gedetailleerd aan de orde komen. Als we pijn in onze arm hebben, dan zeggen we "ik heb pijn" (niet mijn arm heeft pijn); we zeggen ook in een gesprek "wacht even, ik denk na" ( en niet "wacht even, mijn hersens denken na"); we zeggen ook "ik heb een voorspellende droom gehad" en niet "mijn bewustzijn keek even in de toekomst” of iets dergelijks. Wel zien we ons "ik" als iets heel fundamenteels, waarin onze diepste gevoelens centraal staan, van waaruit we reageren, ons gedragen en keuzen maken. We koppelen in ieder geval ons "ik" aan begrippen als "geest", "bewustzijn", iets heel "eigens" (een "kernzelf"). Dat "ik" heeft wel met de werking van ons lichaam en vooral onze hersenen te maken , maar is er toch weer niet identiek mee; het is iets anders, beters, als het ware iets "verheveners". We zullen zien dat ons "ik" deels niet "statisch, onveranderlijk" is en tevens dat ons "veranderlijke, dynamische ik" de vorm van "bewustzijn en geest" heeft.
De "bewustzijnsgeest"en de Geesteskringloop
"Bewustzijn" en "geest" worden zowel in de Boeddhistische als de westerse literatuur vaak in samenhang, maar ook apart gebruikt, waarbij het dan niet altijd duidelijk is wat daar nu echt mee bedoeld wordt.
Voor het doel van dit boek, c.q. deze samenvatting is het wel van belang een duidelijke scheiding aan te brengen tussen lichaam en geest/bewustzijn; een scheiding maken tussen bewustzijn en geest is voor deze samenvatting vooralsnog niet strikt nodig ; de scheiding tussen bewustzijn en geest komt wel uitgebreid aan de orde in het (totale) boek.
In de hierna volgende beschrijving ga ik daarom uit van het begrip "de bewustzijnsgeest", waarbij bewustzijn en geest als één geheel worden gezien. Ten einde aan te sluiten bij de essentie van de Geesteskringloop en tevens bij Boeddhistische begrippen als Karma, wordt er ook vanuit gegaan dat in die "bewustzijnsgeest" neigingen, indrukken en dus informatie worden opgeslagen.
Ik spreek om voorgaande redenen voorlopig steeds van "bewustzijnsgeest" en heb het dan over zowel "bewustzijn" als de "geest".
Ondersteund door Boeddhistisch en westers wetenschappelijk onderzoek zullen hierna diverse aspecten van de werking van de bewustzijnsgeest in het algemeen aan de orde komen, toegespitst op de kringloop (inclusief reïncarnatie) die onze bewustzijnsgeest doorloopt.
Soorten bewustzijn en geest
Voor deze samenvatting volstaat het om enkele kenmerken van “bewustzijn” en “geest” uiteen te zetten.
In de westerse wetenschap worden o.a. onderscheiden het “secundair bewustzijn” en het “primair bewustzijn”; vergelijkbaar worden in de Boeddhistische wetenschap onderscheiden het “grof bewustzijn” en het “subtiel bewustzijn”.
Het secundair (grof) bewustzijn is het deel van ons bewustzijn dat gebonden is aan onze zintuigen (oren, dus het “oorbewustzijn” , onze ogen , dus het “oogbewustzijn” etc.) en onze hersenen .
Het primair (subtiel) bewustzijn kunnen we ook wel het “onderbewustzijn” noemen; met dit bewustzijn worden onze emoties, onze neigingen, onze prikkels tot onverwacht handelen, aangestuurd. Het betreft ook onze intuïtie etc.
Bovenstaande typring is “globaal” en niet volledig; er bestaan allerlei andere vormen van bewustzijn (zoals transcendent bewustzijn etc); het (totale) boek gaat uitgebreid in op allerlei soorten bewustzijn, maar ook soorten geheugen etc. en vooral de wetenschappelijke bewijzen van het bestaan van e.e.a.
Voor deze samenvatting en meer specifiek de “Geesteskringloop” (zie hieronder) is van belang in gedachten te houden dat het primair(subtiel) bewustzijn gekoppeld is aan onze “geest”. In de westerse wetenschap zijn er allerlei stromingen die wel of niet dat subtiele bewustzijn en een “geest” accepteren. Steeds meer westerse onderzoeken (uitgevoerd door wetenschappers“ die geheel niet gelovig zijn en dus niet aan het Boeddhisme verbonden zijn) komen tot resultaten en inzichten, die de Boeddhistische, eeuwenoude beschrijvingen van bewustzijn en geest ondersteunen.
In de kern gaat de Boeddhistische wetenschap er vanuit dat we een “bewustzijnsgeest” hebben die als het ware opgebouwd is uit het subtiele bewustzijn en een “geest”, die via “energie” aan elkaar verbonden zijn en die “informatie” over ons “kernzelf” bevatten (zoals neigingen, ervaringen, positief en negatief Karma).
4. De Geesteskringloop op hoofdlijnen
Allereerst wordt een overallbeeld geschetst van de Geesteskringloop. Dat overallbeeld geeft weer de fasen tussen sterven, hergeboorte, aards bestaan en een volgend moment van sterven. Onderstaand schema geeft dat weer.
We beginnen voor deze samenvatting bij de daadwerkelijk start van ons leven (zoals we dat althans algemeen zien): de geboorte. Voor het in zijn totaliteit bewijzen wat er met onze bewustzijnsgeest gebeurt, moeten we echter terug gaan tot de conceptie. Tussen conceptie en geboorte krijgen we op enig moment hersenen en ook, bewustzijn, een “geest”, een “ik” etc.
De kernvraag voor de periode tussen conceptie en geboorte is: maken de hersenen ons bewustzijn en onze geest etc, of bepalen “een” bewustzijn of “een” geest hoe onze hersenen gebouwd zijn en werken ? We zullen zien dat “de bewustzijnsgeest er eerder is dan de hersenen en dus de bewustzijnsgeest het werken van de hersenen bepaalt; de hersenen maken dus niet bewustzijn en geest, maar andersom.”
In ons aards bestaan zijn er drie kernvragen:
- kunnen hersenen onze bewustzijngeest veranderen ? (ja)
- kan onze bewustzijngeest onze hersenen veranderen ? (ja)
- kan onze bewustzijnsgeest “bovennatuurlijk” actief zijn ? (ja)
De afgelopen tientallen jaren, is ons sterven voor de westerse wereld en vooral het westers wetenschappelijk onderzoek, een object voor studie geworden. Nu we o.a. “bijna-dood-ervaringen” bewezen hebben, weten we wat mensen in die fase meemaken en hoe ze dan zelf daardoor veranderd zijn (als ze teruggekeerd zijn); de kritische westerling is door die bewijzen steeds dichter bij de eeuwenoude inzichten van het Boeddhisme gebracht: bij ons sterven verlaat onze bewustzijnsgeest in ieder geval ons lichaam.
Het onderzoek heeft ons ook bewijzen opgeleverd voor het bestaan van een “geestenwereld in het hiernamaals”. Het heeft ons ook bewijzen opgeleverd dat de menselijke bewustzijnsgeest in ieder geval in een volgend mensenleven kan reïncarneren. We laten even buiten deze samenvatting wat er nog meer met die bewustzijnsgeest kan gebeuren (zoals: reïncarneren in dieren, het in de geestenwereld blijven etc.).
4.1. Van conceptie tot geboorte
Het is algemeen bekend, dat we van onze vader en moeder erfelijk materiaal meekrijgen (DNA). Dat erfelijk materiaal leidt er in ieder geval toe dat we allerlei erfelijke eigenschappen meekrijgen. We lijken dus lichamelijk op vader., moeder of oma, opa enz. De vraag is of vanuit dat DNA ook bepaald wordt hoe wij denken, wat onze karaktereigenschappen zijn, waar ons bewustzijn vandaan komt, wat ons “kernzelf” is etc.
Om deze vraag te kunnen beantwoorden, gaan we terug naar de periode tussen de conceptie en de eerste 7/8 weken van de ontwikkeling van het embryo.
De laatste stand van zaken van de wetenschap geeft aan dat:
- pas in de 7e/8e week de hersenen onstaan en daarna gaan werken;
- er tot die tijd is er geen hersenmassa is;
- vóór die tijd de hersenen dus ook geen bewustzijn, geest of ons “kernzelf” kunnen maken;
- tussen de conceptie en 7e/8e week er bij het embryo wel “alpha-golven” meetbaar zijn; die alphagolven duiden op “transcendent bewustzijn”;
- tevens is bewezen dat het embryo reeds vóór de 7e/8e week droomactiviteiten heeft;
Conclusie: bij de conceptie komt “ergens” onze bewustzijnsgeest de
bevruchte eicel binnen, incl. allerlei “ik”-kenmerken, neigingen etc.
Ook vanuit de westerse wetenschap wordt dit bewustzijn (ook wel “spirituele genen” genoemd) als vaststaand gegeven erkend
In het (totale) boek wordt uitgebreid uiteengezet welke consequentie e.e.a. heeft voor het functioneren van onze bewustzijngeest en voor het verloop van de Geesteskringloop”.
Voor de verdere ontwikkeling van je bewustzijnsgeest vóór en enkele jaren na de geboorte, is het van belang te weten dat enerzijds het embryo, c.q. de baby nog zeer dicht bij zijn kernzelf staat zoals dat in de eerste weken van de zwangerschap is samengesteld. We kunnen dat zelfs het meest pure “kernzelf” noemen (al dan niet met gunstige of zeer ongunstige geestelijke trekjes , neigingen etc. !!).
Reeds in de moederschoot worden echter de zintuigen actief, wordt externe informatie opgenomen van de moeder en direct na de geboorte van de totale omgeving. Omdat in die eerste jaren, zelfs tot jong volwassenen, de hersenen nog sterk beïnvloedbaar zijn door die externe prikkels, worden enerzijds onze hersenen en onze bewustzijnsgeest sterk door die prikkels beïnvloed en zelfs letterlijk “gevormd” (zo niet misvormt).
Anderzijds ontstaan er zaken als “het wegdrukken van je kernzelf”, of kunnen (in uitzonderlijke gevallen) herinneringen uit een eerder leven naar voren komen. In ieder geval leggen we relaties met anderen, worden we aan zaken gehecht en geven we een basis voor ons verdere aardse bestaan.
In het (totale) boek worden de wetenschappelijk aangetoonde consequenties van e.e.a. besproken, zoals m.b.t. “verstorende emoties”, c.q. “gestoord gedrag”, het wel of niet gelukkig worden, de invloed van mediteren op de werking van onze hersenen, maar ook zaken als aanleg voor “gedachten lezen’ , “voorspellend dromen” etc.; in meer algemene zin “hoe werken bewustzijn, geest e.d. (technisch) samen” en hoe kan je die samenwerking beïnvloeden om gelukkiger te worden, wellicht zelfs Boeddha te worden, of te wel het stadium van eeuwig gelukkig zijn te bereiken.
4.2. Onze bewustzijnsgeest tijdens ons aards bestaan
Tijdens ons aards bestaan – laten we zeggen vanaf een jaar of 5 – nemen we steeds meer afstand van ons oorspronkelijk (transcendent) bewustzijn, zoals dat bij de conceptie de bevruchte eicel binnentreedt. We hebben te maken met een grof bewustzijn. Dat grof bewustzijn is voornamelijk actief vanuit onze zintuigen en hersenen. Ergens op de achtergrond, oftewel diep binnenin ons, speelt het diepere bewustzijn (onze “meest subtiele bewust-zijnsgeest”) een bepalende rol.
Voor een groot deel van de mensen vinden het gedrag, het maken van keuzen en de werking van normbesef en geheugen vanuit onze hersenen plaats. Maar zelfs dan nog vinden ontzettend veel zaken van ons handelen onbewust plaats !!
De meest recente wetenschappelijke ontdekkingen geven aan dat bewuste en onbewuste activiteiten van mens en dier niet plaatsvinden via onze zintuigen, hersenen en ons grof bewustzijn, maar via geheel andere “media’. Zo heeft men o.a. bewezen dat:
- een groot deel van ons geheugen niet in onze hersenen zit, maar in een soort energieveld “boven ons hoofd”;
- een ander deel van ons geheugen (zoals voor ervaringen uit een eerder leven) in onze “subtiele bewustzijnsgeest” zit;
- dat in die bewustzijnsgeest ook zaken als “karma” , “neigingen” etc. gelocaliseerd zijn;
- dieren (maar uiteraard ook mensenkinderen) vanaf hun geboorte letterlijk weten wat ze moeten doen , wat ze wel en niet kunnen eten etc.;
- met bewustzijnsvormen die niet aan onze hersenen etc verbonden zijn we ook onderstaande activiteiten kunnen ontplooien, op voorwaarde dat we daar aanleg voor hebben en ons daarin bekwaamd hebben (zoals topsporters die zich moeten bekwamen om een topprestatie te kunnen leveren)
4.3. Ons bewustzijn tijdens het sterven
Aan het eind van ons aards bestaan gaan we ons – willens en wetens- voorbereiden op ons sterven. De een doet dat onbewust en dus nauwelijks doelgericht, de ander zeer bewust met duidelijke doelen.
Met name in de Boeddhistische wereld is het veel meer gebruik om je bewust en goed voor te bereiden op het sterven dan in andere geloven en nog aanzienlijk veel meer dan in de niet-gelovige westerse wereld. Er bestaan in het Boeddhisme zelfs zeer oude geschriften (zoals het Tibetaans Dodenboek) waarin zeer nauwkeurig omschreven staat hoe je je het best op het sterven kunt voorbereiden, wat betrokkenen voor je kunnen betekenen tijdens het sterven en zelfs, wat je meemaakt na het eigenlijke sterfpunt.
Er bestaan inmiddels tientallen (“harde”) westerse bewijzen die de Boeddhistische zienswijze over het sterven en het hiernamaals ( “de Bardofase”) erkennen en onderbouwen. Tot in Nederland toe (Nijmeegs Ziekenhuis) zijn er uitgebreide, zeer exacte onderzoeken gedaan naar bijna-dood-ervaringen, het (tijdelijk) uittreden, en zelfs is eenduidig vastgesteld dat, nadat het bewustzijn het lichaam verlaten heeft, het lichaam nog 3 weken warm en in tact kan blijven !!!. In het (totale) boek wordt zeer uitgebreid ingegaan op deze meest lastige fase van de “Geesteskringloop”; die fase is zowel voor de stervende mens, als in wetenschappelijk opzicht uiterst gecompliceerd.
Conclusie
Alle onderzoekers -waaronder vele Nobelprijswinnaars – onderbouwen de Geesteskringloop die het Boeddhisme reeds 2.500 jaar tot haar standaard wetenschap en filosofie rekent. In dit kader wil ik memoreren dat de Dalai Lama reeds meer dan tien jaar frequent overleg heeft met de meest vooraanstaande wetenschappers op het gebied van “bewustzijn, gedrag etc”. Die bijeenkomsten hebben de samenhang tussen Boeddhistische en Westerse wetenschap een platform gegeven waar zowel een grote inspiratie, als kennisoverdracht vanuit gaat.
In onderstaande tekst worden tot slot van deze samenvatting, enkele onderwerpen samengevat met per onderwerp de meest kenmerkende resultaten van onderzoek. Ze worden gepresenteerd als “stellingen” , c.q. “wat keihard bewezen is”. In het (totale) boek wordt uitgebreid uiteengezet waarom en hoe zaken bewezen zijn en wat de samenhang van die bewijzen is in het kader van de “Geesteskringloop”.
5. De nieuwste inzichten m.b.t. je “kernzelf” en “bewustzijnsgeest”
Het Kernzelf
Eén van de belangrijkste zaken uit “Ben ik er straks nog” is het “ik” of te wel ons “kernzelf”.
Het kernzelf kan worden getypeerd als:
- de set van (geestelijke) eigenschappen, die uit een vorig leven zijn meegenomen, en niet verklaard kunnen worden uit het erfelijk materiaal dat van beide ouders verkregen is;
- de meest subtiele bewustzijnsgeest, zoals die tussen sterven en wedergeboorte bestaat en eveneens “op de achtergrond” in ons aardse leven een uiteindelijk bepalende factor is van ons gedrag;
- de “spirituele genen”.
Bewustzijn bij mens en dier
Indien we de ons de vraag stellen of dieren bewustzijn hebben, dan is dat inmiddels 100% bewezen. Mens en dier hebben “zeer subtiel bewustzijn” , dus ook “intuïtie”, en in beginsel “paranormale gaven”. Omdat mensen een andere hersenbouw hebben dan dieren, aldus ook een zeer geavanceerd grof bewustzijn hebben, kunnen mensen “extra” zaken doen met hun bewustzijn: zoals “bewust kiezen” , “vóór het nemen van een beslissing, de consequenties beoordelen” etc.
Zowel bij mens als dier wordt het bewustzijn gestoord door:
- verstorende emoties
- “ervaringen” en “ neigingen” die in de subtiele bewustzijnsgeest zijn opgeslagen (indrukken en positief en negatief Karma genoemd)
- de bouw en werking van de hersenen
- andere lichamelijke en geestelijke structuren en processen
Het resultaat is dat dieren zeer beperkte (bewuste, intelligente) vermogens hebben, en mensen (afhankelijk van hun aanleg) meer of minder geestelijke vermogens hebben.
Bewustzijn in de Boeddhastaat
Iemand die de Boeddhastaat wil bereiken, zal zich intensief en voortdurend bezighouden met het “opschonen” van zijn “bewustzijnsgeest” te beginnen met het anders (dus beter) laten werken van de hersenen. Aangetoond is dat door meditatie onze hersenstructuren daadwerkelijk veranderen, bijvoorbeeld ons “woede-centrum” minder actief kan worden, c.q. anatomisch veranderd wordt, we het angstcentrum “buiten werking stellen” etc. Maar vooral ook dat ons waarnemingsvermogen daardoor toeneemt.
Een eigenlijk kennen we dat ook wel al vanuit ons dagelijks bestaan. Soms kunnen we niet op een woord, een formule of een naam van iemand komen. We voelen dan “dat we even geblokkeerd” zijn. Blijkbaar weet je meer, als je blokkades opheft, en kun je beter leren en onthouden als je minder blokkades hebt.
“De” Boeddha heeft geen lichaam, geen hersenen, geen verstorende emoties etc. etc. In de Boeddhastaat, waarin je alleen maar een zuivere bewustzijnsgeest hebt, ben je dan ook alwetend. Ook van zo’n persoonlijke ontwikkeling naar “een” Boeddhastaat, zijn meerdere (ook en vooral) “harde” westerse bewijzen geleverd.
Het sterven
Het sterven kent allerlei fasen, die in het westers medische vakgebied soms weer anders genoemd worden dan in de Boeddhistische wetenschap (die over sterven aanzienlijk meer kennis en bewijzen heeft , dan de westerse wetenschap).
Globaal genomen kennen we de fasen:
- hersendood (er is geen hersenactiviteit meer)
- klinisch dood (het hart klopt niet meer)
- het eigenlijke sterfpunt (het laatste deel van onze bewustzijnsgeest – de energiegeest- heeft het lichaam verlaten)
Inmiddels is in bijna-dood-onderzoek aangetoond dat mensen die sterven achtereenvolgens de volgende fasen doorgaan:
- een gevoel van vrede krijgen
- voelen dat er een scheiding tussen lichaam en geest komt
- de duisternis binnendringen
- het “helder licht zien”
- het “helder licht” binnen gaan
Vanuit die laatste fase kunnen mensen nog terugkeren in hun lichaam. Na die fase is het sterfpunt aldus definitief bereikt.
De Bardofase
De Bardofase is de fase tussen het sterven en weer geboren worden. In die fase kan er nog van alles gebeuren; meest kenmerkende is dat “onze” bewustzijnsgeest door een vorm van aantrekking met een aanstaand ouderpaar, dat ouderpaar kiest (d.w.z. de bevruchte eicel van hen). We zijn m.a.w. in de Bardofase geen “willoos slachtoffer” van een “uitgestippelde weg” ; zij het dat alleen zij die zich goed hebben voorbereid op het sterven en de Bardofase; een relatief grote invloed kunnen hebben op hun eigen reïncarnatie.
In meer technische zin heeft de bewustzijnsgeest enkele opvallende kenmerken; zo is (volgens de Boeddhistische visie) de bewustzijngeest “allesdoordringend” , bevat deze allerlei “informatie” en kan hij binnen een “microseconde” op alle plaatsen in het heelal zijn.
Als we al (sceptisch) denken dat dat allemaal wel erg onwaarschijnlijk lijkt, dan kunnen we minder sceptisch zijn als we de meest recente wetenschappelijke bewijzen vanuit de kernfysica serieus nemen. In die bewijzen wordt o.a. gesteld.
- 98% van de totale energie in ons heelal is “alles doordringende, informatie dragende energie”;
- fotonen kunnen hun informatie “instantaan” (binnen die microseconde) op een ander foton “waar ook in het heelal” overdragen (en allerlei processen in gang zetten)
We kunnen dan in ieder geval stellen, dat de fysica-bewijzen de inzichten over onze bewustzijnsgeest in de Bardofase, niet per definitie tegenspreken.
6. Lijden, gelukkig zijn en trainingsmogelijkheden
Mensen en dieren lijden. Het lijden wordt conform het Boeddhisme wel onderverdeeld in:
- het lijden door geboorte
- het lijden door ouderdom
- het lijden door ziekte (en pijn)
- het lijden door sterven
- het lijden door gescheiden te worden van wat je lief is
- het lijden door geconfronteerd te worden met wat je niet lief is
- het lijden door het niet vinden/krijgen wat je wenst
Los van wat al die vormen van lijden exact inhouden, is bewezen dat het lijden de meest fundamentele factor is die het gelukkig zijn in de weg staat.
De vraag is dan hoe we dat lijden kunnen verminderen. De meest fundamentele aspecten uit zo’n training zijn:
- het trainen van je bewustzijn;
- op een grover niveau: het terugdringen van zaken als verstorende emoties;
- op een subtieler niveau: het gemotiveerd zijn om het lijden van anderen te verminderen, daar ook daadwerkelijk dagelijks mee bezig te zijn en desnoods ten koste van de eigen situatie !!;
- je gaan bekwamen in zelfonderzoek (bijvoorbeeld via meditatie), in het verkrijgen van inzicht, wijsheid en dan vooral m.b.t. je “kernzelf” en de kern van het “zijn”.
7. Enkele wetenschapsfilosofische inzichten
In deze samenvatting is het zinvol “de klap op de wetenschappelijk vuurpijl” niet te vergeten. Is alles wat we ontdekt en bewezen hebben, nu wel echt bewezen, of is het toeval, één grote gedachten-dwaling etc.
Het antwoord is “neen”, het is geen toeval. De meest recente wetenschappelijke inzichten (van wetenschapsfilosofische aard, vanuit het vakgebied van de systeemleer, en de kernfysica etc.) geven aan:
- dat toeval niet bestaat; de “loop der dingen” (en dus ons aards bestaan en daarna) vindt plaats vanuit een gestructureerd proces (in het Boeddhisme “oorzaak-gevolg” , of te wel Karma genoemd);
- dat we zelf (met als oorzaak onze eigen bewustzijnsgeest) in dat oorzaak-gevolg-proces kunnen ingrijpen;
- dat dit proces, maar ook alle zaken die in materiele zin ontstaan, zich ontwikkelen volgens een “intelligent (informatie) ontwerp” (zoals m.b.t. “hoe is het heeal opgebouwd”, “waar gaat het naar toe met het heelal”, of “hoe ontwikkelt de evolutie zich”).
In het (totale) boek wordt tot slot ingegaan op de vraag hoe die recente inzichten passen in “het waarom der dingen’ , “wat goed en definitief wetenschappelijk bewijs omvat“ etc.
Naschrift……. Lees verder in het (totale) boek
Een samenvatting kan niet anders dan….. een samenvatting zijn. Het totale boek geeft diepere details, logische redeneringen etc. waardoor het bewijs van de “Geesteskringloop” geleverd mag heten.
Dat er altijd nog in de toekomst aanvullende bewijzen zullen komen die e.e.a. ondersteunen , dan wel tegenspreken is iets wat nu eenmaal hoort bij de wetenschap. Wij nodigen je uit om abonnee/lid te worden, waardoor je de totale tekst (op internet) kunt inzien, printen en kunnen deelnemen aan een kennis- en studievrienden netwerk om je eigen zichten te vergroten en wellicht ook de tegenbewijzen of aanvullende ondersteunende bewijzen zelf ook kunt aandragen.
|